Verdoven

Als u opziet tegen het boren, kunt u altijd uw tandarts om een verdoving vragen. Wees niet te terughoudend. Voordat de tandarts een verdoving geeft is het wel belangrijk dat hij/zij goed op de hoogte is van uw gezondheidssituatie en van eventueel medicijngebruik. Als er geen bezwaren zijn of als er voldoende voorzorgsmaatregelen zijn genomen dan zal de tandarts het gebied rond de tand of kies die hij/zij gaat behandelen, verdoven.                                                                 

Bij de tanden en kiezen in de bovenkaak en bij de voortanden in de onderkaak kan dit lokaal gebeuren, dat wil zeggen ter plaatse van de kies zelf. Veelal zijn één of twee injecties voldoende om het hele gebied gevoelloos te maken voor het boren en vullen.

Bij de kiezen in de onderkaak is het niet mogelijk lokaal te verdoven doordat het kaakbot hier te dik is. Hierdoor kan de verdovingsvloeistof niet voldoende tot de zenuwtakjes van de kiezen doordringen. De verdovingsvloeistof wordt daarom aan het begin van de zenuwbaan meer achter in de mond ingespoten. Het gevolg van deze vorm van verdoven is dat de helft van de onderkaak aan de zijde waar de injectie is gegeven, doof aanvoelt. De wang, tong en ook de lippen aan dezelfde zijde zijn dan voor een deel verdoofd. Dit gevoel wordt vaak vooraf gegaan door een tintelend gevoel.

Een verdoving duurt over het algemeen 2 tot 3 uur. 

Het toedienen van de verdoving kan wat pijnlijk zijn; wees daar op voorbereid. Met name de prik in het gehemelte is soms erg gevoelig.

Bij kleine kinderen valt het overigens aan te bevelen om hen reeds vroeg vertrouwd te maken met het boren onder verdoving. Door deze methode zal het kind veel minder pijn lijden en minder angst voor de tandarts ontwikkelen. Soms kan de tandarts zonder verdoving boren, zeker als het een heel klein gaatje betreft. Overleg met hem/haar wat het beste is op dat moment.